Kamervragen erfbelasting woning

25/06/2012

 

Kamervragen erfbelasting woning
Bron: Ministerie van Financiën | publicatie | 06-06-2012

 

Voor de heffing van erfbelasting over woonhuizen wordt uitgegaan van de waarde van het huis op het tijdstip van overlijden. Vóór 2012 gold de WOZ-waarde van het kalenderjaar van overlijden. Ontwikkelingen na het overlijden hebben geen gevolgen voor de vastgestelde erfbelasting. Sinds 1 januari 2012 geldt een keuzeregeling. De verkrijger kan ervoor kiezen om de WOZ-waarde voor het kalenderjaar na het jaar van overlijden te gebruiken. De versoepeling geldt niet als het overlijden in 2010 of 2011 heeft plaatsgehad.
In antwoord op Kamervragen heeft de staatssecretaris van Financiën gezegd dat in de periode van 1 januari tot 1 mei 2012 528 verzoeken om uitstel van betaling voor de erfbelasting in verband met een onverkocht huis zijn gedaan. In 441 gevallen is uitstel van betaling verleend; 87 verzoeken zijn nog in behandeling.

Sinds 1 januari 2012 hebben zich ongeveer 200 mensen gemeld bij de Belastingdienst met problemen om de erfbelasting te betalen omdat de woning twee jaar na het overlijden nog niet is verkocht. De Leidraad Invordering 2008 geeft de ontvanger de mogelijkheid om langer uitstel te verlenen dan volgens het normale beleid. In bijna alle gevallen wordt het reguliere uitstel verlengd vanwege de situatie op de woningmarkt. In enkele gevallen is verlenging van het uitstel van betaling geweigerd, bijvoorbeeld omdat niet is meegewerkt aan het stellen van zekerheid.
De staatssecretaris is er geen voorstander van om het beneficiair aanvaarden van nalatenschappen standaard te maken, zoals dat in andere Europese landen het geval is.
Door beneficiaire aanvaarding worden erfgenamen niet van rechtswege eigenaar van alle goederen van de nalatenschap. Zij kunnen hierdoor pas aanspraak op de goederen van de nalatenschap die zijn overgebleven maken nadat alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan. Dit past niet bij de regeling van de wettelijke verdeling van nalatenschappen, waarin de langstlevende van rechtswege alle goederen van de nalatenschap verkrijgt.